29ste editie 1992 - 2022

Neroli-essence voor het slapen

Nieuws » Neroli-essence voor het slapen

Neroli-essence voor het slapen

4 mei 2022

Zo in het voorjaar is het weer bloesemtijd. De bloesems verspreiden heerlijk zoete geuren. Neroli-essence is de geur van oranjebloesem. Deze Citrus aurantium-essence, bekend als neroli-olie, heeft naast angstremmende ook kalmerende en hypnotiserende effecten. Vooral van linalool in Citrus aurantium is bekend dat het een kalmerende en hypnotiserende werking heeft. De zoete geur dringt diep in de ziel, stabiliseert en bouwt op, aldus Susanne Fischer-Rizzi in haar boek Hemelse Geuren.

Neroli etherische olie behoort tot de sterkst op de psyche werkende essences. Het is een natuurlijke angstremmer. Het is deze geur van de oranjebloesem, de witte bloesem van de sinaasappelbomen, die vrouwen in de overgang ook kan helpen bij onrustig slapen, zo blijkt uit onderzoek.

Vrouwen in dit onderzoek werd gevraagd om gedurende vier weken twee keer per dag, vier opeenvolgende dagen in een week, twee druppels essentiële olie van Citrus aurantium op de huid van de onderarm aan te brengen, zodat ze de geur inhaleerden. De slaapkwaliteit verbeterde significant in de behandelgroep ten opzichte van de placebogroep.

Eerdere studies hebben de effectiviteit van Citrus aurantium bij vermindering van pijn en angst bij verschillende patiëntenpopulaties gecontroleerd en bewezen. Studies gericht op menopauzale symptomen hebben aangetoond dat aromatherapie een verlichtend effect heeft. Volgens één studie verbeterde aromatherapie met Citrus aurantium de slaapkwaliteit bij patiënten met diabetes type 2. In een andere studie werd vastgesteld dat het aroma van Citrus aurantium de levenskwaliteit van vrouwen na de menopauze verbeterde.

Bronvermelding:
Abbaspoor, Z., Siahposh, A., Javadifar, N., Faal Siahkal, S., Mohaghegh, Z., & Sharifipour, F. (2022). The Effect of Citrus Aurantium Aroma on the Sleep Quality in Postmenopausal Women: A Randomized Controlled Trial. International journal of community based nursing and midwifery, 10(2), 86–95.